Logo Pepijn@Landen
Erfgoedvereniging
lokale geschiedenis | heemkunde | cultuurtoerisme
Pepijn@Landen
Title of the document Bezoek ons documentatiecentrum
Ga naar de inhoud
Walsbets

Sint-Jan de Doperkerk: een kleurenfestijn
 
De parochie Walsbets, vroeger ressorterende onder het bisdom Luik, maakt sedert 1974 deel uit van het aartsbisdom Mechelen-Brussel. De kerk was afhankelijk van de Johannieterorde die in deze parochie reeds in de 13de eeuw beschikte over een hoeve met watermolen te Janshoven. Deze orde gaf haar patroon Johannes De Doper als schutspatroon van deze kerk. Deze romaans-gotische kerk opgetrokken in ‘tufsteen van Lincent’ is een tweebeukig kerkgebouw met ‘zuidertoren’ met basis uit kwartsiet van Tienen. De ongewoon gelegen toren bestaande uit drie geledingen en met talrijke lichtgleuven zal wegens zijn defensief karakter wellicht ook als toevluchtsoord gefunctioneerd hebben. De ingesnoerde torenspits dateert uit de 17de eeuw. In 1736 bouwde men rond de toren een pastorij, waarbij de toren aan drie zijden werd ingesloten.
 
De bouwgeschiedenis van deze kerk heeft nog niet zijn volledige geheimen prijsgegeven. Koor en kerktoren vormen de oudste kern van het kerkgebouw. Eind 13de eeuw werd het koor door middel van een schip tot een zaalkerkje uitgebouwd. Tijdens de tweede helft van de 18de eeuw werd een nieuwe bekleding aan het kerkinterieur aangebracht waarbij in de oostelijke koormuur het rondvenster en het drielichtvenster werden dichtgemetseld. Voor deze muur werd een houten portiekaltaar geplaatst waarin het doek ‘Doopsel van Christus in de Jordaan’ werd ingelijst. In 1931-32 ging men over tot een grondige restauratie van de bouwvallige kerk. Het kerkgebouw werd op drie plaatsen vergroot met behoud van het 13de eeuws karakter. Het stucwerk en bepleistering met sjablonendecoraties uit 1770 werd eveneens verwijderd. Tenslotte werd de huidige pastorij gebouwd.

Lees meer: Openstelling kerk tijdens de Open Monumentendag 2003 met als thema 'kleurrijke stenen'.
 
Onder de kerkschatten verdient het 13de eeuws blokaltaar uit tufsteen van Lincent, samen met het monolitisch altaarblad uit Gobertangesteen een speciale vermelding.
 
De kleurrijke gebrandschilderde glasramen vormen een waar festijn voor het oog. Het priesterkoor: het oculus of rondvenster verwijst naar de scheppende hand van de Vader en de H. Geest in de vorm van een duif; de aanbidding van het Lam als tweede persoon van de H. Drievuldigheid komt tot uiting in het drielichtvenster; tenslotte stellen de laterale ramen Paus Clemens, diaken Laurentius, koning Lodewijk en Jozef de werkman voor. In de oostelijke glaspartij onder de toren is het leven van de H. Blasius in vier taferelen uitgebeeld. Het kleine raam in de Blasiuskapel stelt de heilige voor met twee kaarsen in de hand en aan zijn voet de neergeknielde bedelaars, de parochiekerk en de vrouw met haar zieke kind. Het glasraam op de zuidermuur stelt het H. Hart van Jezus voor. Al de voornoemde ramen, afgewerkt in 1934, zijn van de hand van Joep Nicolaas uit Roermond. De met maaswerk geprofileerde glasramen van R. Daniëls (1947) geven de zijbeuk een kleurrijke dimensie mee.
 
In de koorruimte treffen we ook nog aan: heiligenrelieken gevat in een glazen vaas (16de eeuw) en weggeborgen in een klein sepulcrum achter de altaarwand, een reliekhouder van de H. Blasius en de H. Johannes De Doper ondergebracht in de theotheek en een 18de eeuwse tiendenklok. Boven de triomfboog prijkt het wapenschild van de Johannieterorde. Verder treffen we aan: een gepolychromeerd beeld van Sint-Jan de Doper (1908), een eikenhouten Mariabeeld met kind (19de eeuw), een geelkoperen bekken met deksel (19de eeuw), doopvont, een eiken biechtstoel (19de eeuw), een schilderij ‘Doopsel van Jezus in de Jordaan’ (17de eeuw), een in ijzer gesmede lezenaar uit de 15de eeuw en een processiekruis (18de eeuw). In de Blasiuskapel bevinden zich een kostbaar antependium (1850) voor het altaar en een lindenhouten beeld van de heilige uit 1980 op het altaar. In de toren hangen twee klokken, waarvan de zwaarste dateert uit 1770.
 
De kerk werd beschermd bij K.B. van 5/5/1959. Tijdens de kerstperiode kan men de prachtige kerststal in deze kerk bezichtigen.

Janshoven
 
De oorsprong van de heerlijkheid Janshoven gaat terug naar het einde van de 12de eeuw, waar hij vermeld wordt onder de naam ‘Jehancourt’. De heerlijkheid behoorde toe aan de Hospitaalridders van Sint-Jan van Jeruzalem (Johannieterorde, later Maltezerorde). Tot aan de Franse Revolutie hing Janshoven af van de commanderij van Chantraine, gevestigd te Huppaye (Jodoigne).
 
De ‘hoeve Janshoven’ (Clément Grégoirestraat, 4) behoort samen met het domein sedert 1851 toe aan de familie Grégoire. De gebouwen met omgeving werden bij K.B. van 1/1/1976 als monument wettelijk beschermd. Het gesloten bakstenen gebouwencomplex, waarop een kastanjebomenlaan als diepte-as staat ingeplant, vormt een symbiose van de 18de eeuwse stallingen en dienstgebouwen met een imposant classicistisch herenhuis daterend uit de 19de eeuw.
Prentkaart 'Campagne de M. Grégoire Walsbetz'.
Een voor Haspengouw typisch herenboerenpark, circa 2 hectare, aangelegd rond 1860 naast een in 1844 tot herenhuis verbouwde vleugel van een hoeve.
 
In de Clément Grégoirestraat 7 merkt men het bakstenen molenaarshuis op dat drie traveeën telt met twee bouwlagen. Het behoorde tot een molencomplex dat dienstdeed tot 1924, maar rond 1950 - behoudens dit huis - werd afgebroken.
 
Eveneens in de Clément Grégoirestraat bevindt zich binnen een hekpartij met traliewerk een neogotische kapel, toegewijd aan Sint-Jozef en opgericht omstreeks 1870. Ze deed tot de zestiger jaren van de 20ste eeuw dienst als grafkapel van de familie Grégoire. De kapel is omringd door twee boogvormige bakstenen muren met veertien nissen, waar eertijds de staties van de kruisweg waren geplaatst. De kapel zelf bezit een gepolychromeerd gewelf en een houten portiekaltaar.
 
Molen van Bets
 
Deze ‘molen van Bets’ is gelegen op de linkeroever van de Molenbeek en werd in 1739 opgericht. In de 19de eeuw volgde een verbouwing waarvan de sporen nog duidelijk merkbaar zijn. Sedert 1995 werd het geheel eigendom van de familie Wuyts die instond voor de restauratie. De graanwatermolen vormt één geheel met het aangehechte woonhuis. De voorgevel van het molenaarshuis vertoont een korfboogvormige poort, enkele vensteropeningen en een laaddeurtje met hijsinrichting. Het molenaars- huis bezit vier traveeën en twee bouwlagen. Het ijzeren bovenslagrad werd in 1964 verwijderd samen met het sluiswerk van maal- en lossluis. Het spaarbekken is dichtgeslibd. Van op de maalvloer van gestampte aarde leidt een trapje naar de ‘halve’ steenzolder, waar oorspronkelijk drie maalstoelen stonden opgesteld. Resten nog een steenkoppel, een steengalg met schroef en hoepels, en een hefboom voor het sluiswerk. Op de luizolder bevindt zich nog het slaapvertrek van de molenaarsknecht.

Gallo-Romeinse tumulus 'Bortombe'


De Bortombe Walsbets (foto's G. Wemans, 18/09/2018)

Zie ook Onroerend Erfgoed Vlaanderen (tumulus wordt verkeerdelijk in Walshoutem geplaatst).

Terug naar de inhoud