Romeinse tumuli of graftombenDe Bortombe te Walsbets Kaart NGI 33/5; Lambert-coördinaten
201-2-2/159-160.
Foto: G. Wemans Alternatieve benamingen (1): Bartomme, later Bortomme of Tomme van Walsbets; in 1718 die bort thomme en in 1748 gewoon de tomme genoemd. . De tom komt volgens P. Kempeneers (1) in de oudste documenten voor: in 1262 infra tumbam que dicitur bartomba, in 1390 versus tumbam de beetse en in 1433 bide tommen van beetse. Bij Popp heet hij Tombe de Walsbetz en op de kaart van het Nationaal Geografisch Instituut gewoon Tom. Het eerste element in Bartomme komt van het Germaanse bara, uit ouder baza, en betekent 'bar, bloot', dus onbegroeid (1). Deze Romeinse begraafplaats op een topografische hoogte van meer dan 100 m dateert uit de 2e eeuw n.C. en ligt op de grens van de deelgemeenten Walsbets en Wezeren. De tombe was gesitueerd in de nabijheid van de verbindingsweg Montenaken - Tienen. In 1862 (2) liet rechter H. Schuermans deze met vernieling bedreigde tumulus door de staat opkopen. Op dat ogenblik was de tumulus aan de zuidkant al sterk aangetast. Daar hebben de losgewoelde en verspreide grond een welving gevormd in het terrein. Tegenwoordig is de grafheuvel nog 4,40 m hoog. Hij heeft een onregelmatige basis met maximale diameters van 25 m en 23 m. Deze tumulus werd vervolgens onderzocht
door rechter H. Schuermans en Dr. A. Kempeneers in 1863
(3). Een rechthoekige grafkamer (2,18 m bij 2,05 m; 2,60 m diep) bevatte
een rijk grafmeubilair, een veertigtal voorwerpen, waaronder munten, vaasjes,
spelden, allen van grote waarde en trouwens één der topensembles
uit de zalen van het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis. De
noordoostelijke wand van de grafkamer bevatte een 0,40 m hoge sokkel die
in de moederbodem was uitgespaard. Zoals men op bijgaande schets Tijdens het Interbellum (4) bouwde het Belgisch Leger een ijzeren uitkijktoren op de Bortombe. Die vormde een schakel in een relais van posten tussen de vliegvelden van Bevingen (St.-Truiden) en Bevekom (Beauvechain). Soortelijke toren bestond nog in 1940 te Cras-Avernas. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was het een Duitse waarnemingspost. In September 1944, kort na de bevrijding, nestelde zich daar een Engelse artilleriestelling tegen de geduchte vliegende bommen (V-I wapens). Het bastion was zelfs een tijdlang bezet door vrouwelijke kanonniers. Na de oorlog liet de Belgische Staat de tumulus in haar oorspronkelijke staat herstellen. De tombe als klein landschapselement. Als natuureilandje in het cultuurlandschap vormt de tombe een belangrijke drager van landschapswaarden en van biodiversiteit. Dit mini-natuurreservaatje vormt een toevluchtsoord voor geelgors, grauwe gors, veldleeuwerik, grote bonte specht, torenvalk, buizerd, wild konijn, haas, patrijs, fazant... De bescherming ervan is een gemeentelijke taak! De Weekspiegel,18/02/2006: "De Bortombe op het grondgebied van de deelgemeente Walsbets vertoont langs twee zijden sporen, vermoedelijk veroorzaakt door een quad. Inwoners uit de omgeving signaleerden al een quad die vooral tijdens het weekend door de straten van o.a. het Betsveld scheurt. Het is tevens zo dat er bij hevige buien erosie is vastgesteld die de sporen verder zal uithollen. Natuurpunt vzw heeft de betrokken diensten bij het gemeentebestuur op de hoogte gesteld."
Sporen van een quad! (Foto: G. Wemans) (1) P. KEMPENEERS, Leven
in Landen. Tienen 2000, p. 56. De tumulus Middelwinde te Neerwinden
In tegenstelling tot de Borntombe werden hier geen uitzonderlijke grafgiften gevonden (plundering door Franse soldaten tijdens de Franse overheersing vanaf 1794). In de tweede Veldslag van Neerwinden, 1793, heeft de tombe van Middelwinden een voorname rol gespeeld. Men heeft bij de graafwerken van 1873 verscheidene kanonballen aangetroffen. Op te merken valt dat de tumulus van Middelwinde het midden van een rechte lijn vormt met als uiteinden de kerk van Overwinden en de (oude) kerk van Neerwinden, elk op 800 m. De tombe is nu nog een achttal meter hoog.
Baron de Looz begon in 1873 te graven vanuit de richting Neerwinden, in tegenstelling tot de vroegere graafwerken. Na een gang van 8 m stootte hij terug stootte hij terug op grote stenen. Daarachter vond hij de grote kuil van 4,2 m op 3 m, even onder het terreinniveau. Dan besloot hij verdere uitgravingen in 3 secties te doen. Er werden nog eens fragmenten van vazen gevonden en metalen beslagen van koffers. Ook een soort mes of degen van 12 cm lang, dat op een houten heft moet hebben gestoken. In 1972 werd bij wegeniswerken een merkwaardige steen bovengehaald. Hij
prijkt nu op het mooie grasperk vóór de kerk van Neerwinden. Over deze steen
schrijft Brou (W.Brou en M.Brou in "Nos pierres et leurs légendes,
Brussel, 1979, 48-49"): "Op 9 Klik hier De tumulus (?) "Plattetombe" te Waasmont
Deze reusachtige tumulus (?) ligt op de grens met Racour. De ovale heuvel heeft de volgende afmetingen:
Deze tumulus (?) werd geklasseerd als monument en landschap bij het KB van 28/3/1979. Ernest Piton in zijn "Promenades archéologiques au Pays de Landen (1927, 26 e.v.)": "Onder de Romeinse bezetting werd een tumulus opgericht op de top van een heuvel, om als waarnemingspost te dienen of een militaire versterking...". Gabriël Lefèvre in "Bulletin de l'Institut d'Archéologie de Liège, Tome XI, 1872, p. 109 e.v.": "... omdat dergelijke ophopingen, zo uitgestrekt, geen eigenlijke tumuli zijn, maar een soort versterkte kampplaatsen".
|