Bandkeramiek

De Bankeramiekers leefden bijna uitsluitend van landbouw en veeteelt, een hele ommekeer, want voor het eerst nam de mens geen vrede met wat de natuur hem bood maar ging hij zelf zijn voedsel verbouwen en dieren houden. 

Het natuurlijke bos werd gekapt om plaats te maken voor kleine veldjes die met de hak werden bewerkt.

Hutten en tentenkampen werden vervangen door stevige huizen met een lengte van ca. 25m en een breedte van ca. 6m. Ze waren gebouwd met een raamwerk van houten palen met wanden in vlechtwerk, bestreken met leem. Langs de huizen werden kuilen gegraven om deze leem uit te betrekken. Achteraf werden deze kuilen gevuld met het huishoudelijk afval waardoor vele voorwerpen en resten van de Bandkeramische Cultuur goed bewaard gebleven zijn.

Bij Landen werden er drie Bandkeramische dorpen aangetroffen, twee te Wange en één te Overhespen, aan de overkant van de Kleine Gete. Ze bestaan elk uit een paar boerderijen en werden gedeeltelijk onderzocht door de Afdeling Archeologie van de K.U. Leuven.

Bron: "Uit de grond van mijn hart" van M.Lodewijckx, 1991. Uitgave Geschied- en Heemkundige Kring.

De oogst van primitieve graangewassen en peulvruchten bracht misschien niet veel op maar bood hen meer bestaanszekerheid dan de soms erg grillige natuur. De dieren van de veestapel, vooral runderen maar ook schapen, geiten en varkens, geleken nog zeer sterk op hun wilde verwanten. De zware taken van bosontginning, landbouw en huizenbouw werden ongetwijfeld door de hele gemeenschap uitgevoerd. Voor al deze nieuwe activiteiten dienden ook nieuwe werktuigen en technieken ontwikkeld te worden. Ook de ambachtelijke bedrijvigheid kende in deze periode een sterke ontwikkeling. 

De Bandkeramische dorpen hadden elk een eigen specialiteit, zoals pottenbakken, vuursteen-, hout- of lederbewerking. Daarmee leverden ze een bijdrage tot het gemeenschapsleven binnen een groep van nederzettingen. 

Deze vrij snelle economische ontwikkelingen hadden vanzelfsprekend ook gevolgen op het vlak van de sociale relaties binnen deze bevolkingsgroepen. De Bandkeramische boeren staan aldus aan het begin van het economische en sociale leven zoals dat vandaag in Haspengouw nog altijd gangbaar is. Alhoewel de hoogstaande Bandkeramische Cultuur elders een lange bloeiperiode kende, is ze vrij snel verdwenen in de streek van Landen. De redenen daarvoor zijn ons echter niet duidelijk. 

De latere bevolkingsgroepen zijn echter de landbouw blijven beoefenen alhoewel de veeteelt dan de boventoon voert. Ook leggen enkele groepen zich toe op zeer gespecialiseerde activiteiten zoals de mijnbouw, waarbij een goede kwaliteit vuursteen, ondermeer voor de aanmaak van grote bijlen, van in de ondergrond werd opgedolven aan de hand van een ingenieus systeem van mijngangen.